Toegepaste standaarden

Van Erfgoedthesaurus

Ga naar: navigatie, zoeken

[bewerken]  Standaarden bij het bouwen van Erfgoedthesaurus

Als uitgangspunt voor het bouwen de Erfgoedthesaurus is als norm genomen NEN-ISO 25964-1:2011. Deze norm geeft aanbevelingen voor de ontwikkeling en het onderhoud van thesauri voor “information retrieval” toepassingen.

Deze internationale standaard wordt toegepast bij woordenlijsten die informatie binnenhalen over allerlei soorten informatiebronnen, zoals kennisbanken en portals, bibliografische databases, tekst, museum- of multimedia collecties en de items daarbinnen. Het maakt daarbij niet uit welke media het betreft (tekst, beeld, geluid, av-materiaal, een fysiek object, enzovoorts).

Een andere referentie is het boek: “Organiseer je informatie : aan de slag met thesauri, taxonomieën, tags en topics” / Peter Becker … [et al.]. In dit boek gaat het om de toepassing van thesauri (ontologieën) bij het inrichten van een kennisnetwerk.

[bewerken] Standaarden bij het modelleren van content

In het Referentienetwerk Erfgoed wordt bij het verbinden van content aan ET-concepten, SKOS (Simple Knowlegde Organization System) als standaard gebruikt. SKOS is gebaseerd op Resource Description Framework of RDF .

RDF is een standaard van het W3C, oorspronkelijk ontworpen als een metadata-model, maar gaandeweg gebruikt als een formaat om gegevens voor te stellen en uit te wisselen. Voor het Referentienetwerk is er voor definiëren van RDF-triples is een nieuw metadata- schema opgesteld.

Zoals eerder vermeld, bestaat een metadata-schema uit beschrijvingselementen, labels zoals "Naam" of "Datum". In het Referentienetwerk gaat het om RDF-notaties, die gekoppeld zijn aan content. Een groep bij elkaar horende beschrijvingselementen wordt een metadata-schema genoemd.


Waarom een nieuw Cultuurhistorisch (CH-) metadata-schema? Er bestaan al een groot aantal metadata-schema's, variërend van ad-hoc geformuleerde, lokaal toegepaste schema's tot (internationaal) gestandaardiseerde, op brede schaal toegepaste schema's. Maar geen schema voor het vastleggen van RDF-notaties.

Bij het opstellen van het CH-metadata-schema is er voor de uitwisselbaarheid met andere schema’s en voor algemene ordeningsprincipes binnen het cultureel erfgoedveld gekeken naar de beschrijvingselementen die gebruikt worden binnen de belangrijkste internationale standaarden: Dublin Core (DC), CIDOC CRM, LIDO en ESE.


Dublin Core (DC) is een veel gebruikt metadata-schema dat bestaat uit 15 gestandaardiseerde beschrijvingselementen. Naast de basisset zoals title, creator, identifier enzovoorts, zijn er ook nog meer dan 40 verfijningen van die elementen.
Dublin Core wordt veel toegepast voor de documentatie van digitale bronnen op het Internet. Dublin Core beperkt zich tot het beschrijven van bronnen, zoals boeken, schilderijen en foto’s. Andere objecten, zoals personen of instellingen kunnen niet worden beschreven met de 15 elementen.
Een ander nadeel is, Dublin Core is niet afgestemd op een specifiek kennisdomein, zoals het Cultureel Erfgoed, daardoor zijn bepaalde cultuurhistorische eigenschappen niet in een Dublin Core element vast te leggen.


CIDOC CRM is een domeinsgerichte internationale standaard. CIDOC werd ontwikkeld door de ICOM\CIDOC Documentation Standards Group. De standaard is een ontologie voor culturele erfgoedinformatie. Een ontologie is een strikt en uitputtend schema voor een bepaald onderwerpsdomein, meestal in een hiërarchische structuur, dat alle relevante grootheden en hun relaties bevat, als mede de regels waaraan die grootheden en relaties binnen dat domein voldoen.
Het CIDOC Conceptueel Referentie Model (CRM) levert de definities en structuur om termen en relaties die gebruikt worden bij de documentatie van cultureel erfgoed te beschrijven. CIDOC CRM heeft als scope om een semantisch raamwerk op te zetten waarnaar alle informatie over cultureel erfgoed kan worden gemapt. Met cultureel erfgoed worden alle types van materiaal bedoeld die verzameld en tentoongesteld worden door de musea en aanverwante instituten. Dit betreffen dus collecties, sites en monumenten die te maken hebben met de geschiedenis, etnografie, archeologie, historische monumenten en collecties kunstwerken.
CIDOC CRM richt zich ook voornamelijk op de beschrijving van de contextuele informatie uit deze collecties. Dit houdt voornamelijk de historische, geografische en theoretische achtergrond in van de tentoongestelde objecten. CIDOC CRM houdt zich dus bezig met de beschrijvende metadata. CIDOC CRM elementen bestaat uit 84 klassen en 141 properties.

Het grootste voordeel van CIDOC CRM is zijn genericiteit. Hierdoor kan vrijwel elke standaard of metadata-schema in de culturele erfgoedsector gemapt worden naar CIDOC CRM. Met de evolutie van het web van een wereldomvattende omgeving van koppelde documenten naar een omgeving waar zowel documenten als data aan elkaar verbonden zijn en met de komst van het erfgoedportaal Europeana is voor het uitwisselen en harvesten van online museumdata voor portals Lightweight Information Describing Objects (LIDO) ontwikkeld.


LIDO en CIDOC CRM zijn toepassingen van de CIDOC Conceptueel Reference Model (CRM) en bieden een expliciet XML harvesting schema om museum object informatie te leveren op een gestandaardiseerde manier. LIDO is met succes gebruikt in verschillende EU gefinancierde projecten voor het aggregeren van culturele inhoud voornamelijk uit museale collecties voor Europeana en diverse nationale, regionale online diensten en onderzoeks-projecten. Het kan gebruikt worden voor allerlei objecten, bijvoorbeeld: kunst, architectuur, cultuurgeschiedenis, etc.


Europeana Semantic Elements (ESE) wordt toegepast binnen Europeana voor het definiëren van velden, die gebruikt worden om digitale objecten te beschrijven. Dit specifieke XML schema kan gebruikt worden om content te valideren die voor Europeana aangeleverd zal worden.ESE bestaat uit 16 Dublin Core (DC) metadata-elementen aangevuld met 12 elementen die gecreëerd werden om aan de behoeften van Europeana te voldoen.

Op basis van de elementen, die zijn beschreven in de boven genoemde standaarden, is er een mapping gemaakt, deze zijn vertaald in 13 beschrijvende - en 5 administratieve CH-elementen. Daarnaast zijn de notatiewijze van item types en predicates, in zoverre als mogelijk is, uniform aan de gebruikte terminologie in de genoemde standaarden. Maar RDF biedt meer dan de genoemde standaarden de flexibiliteit om met nieuwe item types en predicates tussen content vast te leggen in triples. In RDF wordt er een triple store opgebouwd van alle gewenste semantische relaties binnen een kennisdomein. Dit betekent dat het CH-metadata- schema uitbreidbaar moet zijn voor het definiëren van nieuwe predicates en items types.

[bewerken] Standaarden bij metadata-transport (protocollen)

In het Referentienetwerk wordt gewerkt met vier Application Programming Interfaces (API's) waarmee externe applicaties alle functionaliteiten van de omgeving kunnen benaderen:

  • Core API: Dit is een generieke DLL waarmee software ontwikkelaars direct low-level tegen een RNA omgeving kunnen programmeren.
  • Model API: Met deze API kunnen de functies van het Referentienetwerk aangeroepen worden door gebruik te maken van de "gewone" namen van item types. Deze API is makkelijker te gebruiken door ontwikkelaars, maar zij is gekoppeld aan de modellering, dus minder generiek dan de Core API.
  • Web API: Deze API werkt over HTTP/XML en kan door externe (web) applicaties gebruikt worden.
  • Editor API: Dit is een JSON API die wordt gebruikt voor de RNA Editor. De API's zijn vrij beschikbaar voor derden, de toegang ertoe wordt bepaald door de "eigenaar/huurder" van het Referentienetwerk



Persoonlijke instellingen

sl
דומיין בעברית  דומיין  דומין  תוכנה לניהול  קשרי לקוחות  CRM, ניהול קשרי לקוחות  דומין בעברית  פורומים  ספרדית  גיבוי